Gratis verzending vanaf € 82,00
Bij het printen met technische materialen zoals ABS, ABS-GF, ASA, PC, PA, PA-CF, PA6-CF, PA6-GF, PAHT-CF, PET-CF, PPA-CF, PPS-CF enz. kunnen de volgende problemen vaak optreden:

Nat PAHT-CF (links) vs. droog PAHT-CF (rechts)

Nat PA6-GF (links) vs. droog PA6-GF (rechts)
De aanbevolen droogparameters voor elk type filament staan hieronder:
| Filament | Droogvereisten vóór gebruik | Vereisten voor het beschermen van filament met droogmiddel tijdens gebruik | Hetelucht-droogoven (Forced Air) | Hetelucht-droogoven (Forced Air) | Bambulab X1/X1C/P1S-printer | Bambulab X1/X1C/P1S-printer | Bambulab X1/X1C/P1S-printer | Bambulab X1/X1C/P1S-printer |
| Temperatuur / ℃ | Tijd /h | Bedtemperatuur / ℃ | Tijd /h | Tijd tot omdraaien / h | Afdekking | |||
| PLA, PLA-CF/GF | Aanbevolen | Optioneel | 50 – 60 | 8 | 65 – 75 | 12 | Elke 6 | Filamentbox of PC-box |
| PLA Wood | Vereist | Vereist | 55 – 65 | 8 | 70 – 75 | 12 | Elke 6 | Filamentbox of PC-box |
| Support voor PLA, Support voor PLA/PETG | Aanbevolen | Optioneel | 50 – 60 | 8 | 65 – 75 | 12 | Elke 6 | Filamentbox of PC-box |
| PETG, PETG-CF | Aanbevolen | Optioneel | 60 – 70 | 8 | 75 – 85 | 12 | Elke 6 | Filamentbox of PC-box |
| ABS, ASA | Aanbevolen | Optioneel | 75 – 85 | 8 | 90 – 100 | 12 | Elke 6 | Filamentbox of PC-box |
| TPU | Vereist | Vereist | 65 – 75 | 8 | 80 – 90 | 12 | Elke 6 | Filamentbox of PC-box |
| PC | Vereist | Vereist | 75 – 85 | 8 | 90 – 100 | 12 | Elke 6 | Filamentbox of PC-box |
| PVA, BVOH | Vereist | Vereist | 75 – 85 | 8 – 12 | 90 – 100 | 12 | Elke 6 | Filamentbox of PC-box |
| Support voor PA/PET | Vereist | Vereist | 75 – 85 | 8 – 12 | 90 – 100 | 12 | Elke 6 | Filamentbox of PC-box |
| PA, PA-CF/GF, PAHT-CF/GF, PET-CF enz. | Vereist | Vereist | 75 – 85 | 8 – 12 | 90 – 100 | 12 | Elke 6 | Filamentbox of PC-box |
| PPA-CF/GF | Vereist | Vereist | 100 – 130 | 8 – 12 | 110 – 120 (maximum) Minder droog dan bij gebruik van een hetelucht-droogoven | 12 | Elke 6 | Filamentbox of PC-box |
| PPS, PPS-CF/GF | Vereist | Vereist | 110 – 140 | 8 – 12 | 110 – 120 (maximum) Minder droog dan bij gebruik van een hetelucht-droogoven | 12 | Elke 6 | Filamentbox of PC-box |
| Support voor ABS | Optioneel | Optioneel | 80 | 4 | 85 – 95 | 6 | Elke 3 | Filamentbox of PC-box |
Houd het filament droog
Bewaar het filament na het drogen in een luchtdichte verpakking of zak met een effectief droogmiddel. Op deze manier blijft het filament ongeveer 1 tot 2 weken droog. Als je AMS gebruikt voor opslag, zorg dan dat het droogmiddel effectief is en sluit de AMS goed af. Als het droogmiddel tekenen van ineffectiviteit vertoont (van poederachtig verandert in klonterig of pasta-achtig), vervang het dan en droog het filament vóór de volgende print.
We raden aan een gesloten houder te gebruiken, zoals de houder die in de onderstaande afbeelding wordt weergegeven. Deze houder helpt het filament droog te houden wanneer het niet wordt gebruikt.

Status van het AMS-droogmiddel:

Verpakking van het droogmiddel

Hoe print je succesvol?
Gebruik grotere nozzles
Vermijd bij het printen van materialen die zijn versterkt met koolstofvezels of glasvezels, zoals PA-CF/GF, PAHT-CF/GF en PET-CF/GF, het gebruik van een nozzle met een diameter van 0,2 mm om het risico op verstopping te minimaliseren. Het vergroten van de nozzlediameter van 0,4 mm naar 0,6 mm en vervolgens naar 0,8 mm vermindert weliswaar de printnauwkeurigheid, maar ook de kans op verstopping. De aanbevolen nozzleformaten zijn 0,6 mm als eerste keuze en 0,4 mm als tweede keuze (met een aanbevolen laaghoogte tussen 0,15 en 0,3 mm en een maximale printsnelheid van ongeveer 100 mm/s). Stel vóór het gebruik van deze materialen de nozzletemperatuur in op 280 °C en reinig de binnenkant van de nozzle met een inbussleutel en een naald om het risico op verstopping tijdens het printen te verminderen.
Doe hetzelfde als de nozzle tijdens het printen verstopt raakt en controleer vóór de volgende print of de binnenkant van de nozzle schoon is.
Modellen groeperen
Wanneer de printtijd van elke laag te lang is, verzwakt de verbinding in de Z-richting bij deze materialen en zijn kleine modellen niet langer voldoende stevig (de vorige laag is te sterk afgekoeld). Daarom moet je, wanneer er veel kleine modellen moeten worden geprint, deze in verschillende groepen samenstellen en per object printen (de standaardinstelling is per laag), eventueel op verschillende printbedden, in plaats van ze op hetzelfde bed te plaatsen en per laag te printen.

Houd Ctrl ingedrukt, selecteer meerdere modellen met de linkermuisknop, klik vervolgens met de rechtermuisknop en selecteer „Samenstellen” om meerdere modellen tot één groep samen te voegen.

Het wordt aanbevolen om „Per object” te selecteren bij „Printvolgorde”.

Printen per laag wordt niet aanbevolen.
4. Om je modellen die met PA-CF of andere met koolstofvezels (CF) of glasvezels (GF) versterkte materialen zijn geprint te versterken, kun je ze na het printen het beste ongeveer 8 uur bij een temperatuur van circa 80 °C laten gloeien. De beste gloeitemperatuur voor Bambu PA-CF, PET-CF en PAHT-CF ligt tussen 120 en 130 °C (5 – 8 uur). Na deze behandeling kunnen de totale mechanische eigenschappen met 10 tot 20% verbeteren: het gloeieffect is afhankelijk van de gloeitemperatuur en -tijd, de grootte en structuur van het model, de vuldichtheid, de wandlussen en andere printinstellingen; houd er rekening mee dat sommige modellen na het gloeien kunnen krimpen en vervormen.
5. Bij het printen van een model met een supportstructuur moet de support binnen 2 uur worden verwijderd om problemen bij het verwijderen of achterblijvende resten op de print te voorkomen nadat de supportstructuur vochtig en zacht is geworden, vooral bij filamenten op nylonbasis (PA), zoals PA-CF, PA6-CF, PA6-GF en andere, en supportfilamenten zoals PVA en Support voor PA/PET, omdat deze materialen de neiging hebben vocht uit de omgevingslucht te absorberen. Als het moeilijk is om de support te verwijderen omdat de modellen te lang zijn opgeslagen, droog ze dan, laat ze afkoelen en verwijder de support vervolgens tijdig.
6. PA, PA-CF, PAHT-CF, PA-GF en andere PA-materialen (nylon) hebben een relatief sterk vermogen om water te absorberen. Na blootstelling aan vochtige lucht of water gedurende enige tijd kunnen hun sterkte en stijfheid in verschillende mate afnemen, omdat ze water opnemen en zachter worden, vooral bij dunne, slanke en lange prints. Als de toepassing van de prints een zeer hoge sterkte en stijfheid vereist, wordt aangeraden deze materialen te vermijden. Tegelijkertijd worden deze materialen doorgaans taaier en beter bestand tegen schokken, vallen en stoten wanneer ze vochtig zijn; als de toepassing van de prints daarom slechts een gemiddelde, niet al te hoge sterkte en stijfheid vereist, kun je ze vóór gebruik vochtig en zacht laten worden. Bovendien kan het volledig bedekken van het oppervlak van deze materialen met verf, was of andere waterbestendige coatings voorkomen dat ze water absorberen en zacht worden.
7. Houd er rekening mee dat het bij het drogen van filamenten en het gloeien van geprinte modellen wordt aanbevolen apparatuur te gebruiken die een gelijkmatige temperatuur levert, zoals een heteluchtdroogoven (Blast drying oven), en geen magnetron of huishoudelijke oven te gebruiken. Vermijd te sterke krachten of ongelijkmatige verwarming (afstand tot de verwarmingszone van de oven) om schade aan het filament, de spoel of het model door plaatselijke overbelasting of oververhitting te voorkomen.
Aanbevolen instellingen

2. Over het algemeen hebben ABS, ASA, PC en PA door hun eigenschappen de neiging tot vervorming (warping). Daarom moeten bepaalde maatregelen worden genomen om dit verschijnsel te minimaliseren. Als het model groot is, de vuldichtheid hoog is ingesteld, bijvoorbeeld 60% (de standaardwaarde is 15%), en er vervorming aan de onderkant van het model optreedt, kun je de vuldichtheid passend aanpassen. Bovendien veroorzaakt een vulpatroon met meer rechte lijnen sneller krimp; je kunt het vulpatroon wijzigen in een spiraal om het risico op krimp te verminderen. Voor sommige structurele onderdelen met hoge sterkte-eisen kun je 5 wandlussen en 25% vuldichtheid instellen en proberen een vuldichtheid van meer dan 50% te vermijden om de neiging tot krimp te verminderen; voor de meeste niet-structurele onderdelen met lage sterkte-eisen kun je rechtstreeks de standaardwaarden van 2 wandlussen en 15% vuldichtheid kiezen.
